Riet Elias - Bakker

Riet Elias bezig met de zaaier

Riet Elias prive foto

Riet Elias in het atelier

Riet Elias - Bakker en Joan Bakker

Riet Elias en Joan Bakker

Het Verdwenen Feijenoord Monument

Het Verhaal van De Zaaier
In de eerste maanden na de bevrijding worstelde Feijenoord, net als heel Rotterdam, met het verlies van vele leden en donateurs die tijdens de Duitse bezetting waren omgekomen. Op 29 december 1945 besloot het bestuur een herdenkingscommissie op te richten. De club voelde een morele plicht om haar gevallenen te eren, net zoals andere verenigingen dat deden.
In juni 1946 werd het plan officieel: er moest een monument komen, gefinancierd door giften van leden, donateurs en sympathisanten.
Een jonge beeldhouwster krijgt een grote opdracht
De inzameling verliep moeizaam. Pas toen het bestuur zelf bijna achthonderd gulden had bijgepast, kon de commissie in 1946 een opdracht verstrekken aan de jonge Rotterdamse beeldhouwster Maria Norberta (Riet) Elias, toen nog geen dertig jaar oud. Voor haar was het een enorme eer: De Zaaier zou haar eerste grote beeld worden.

Elias ontwierp een monument dat zowel hoop als overwinning moest uitdrukken. De figuur  bijna drie meter hoog  stond met ontbloot bovenlichaam, een korf met zaad in de ene hand, en de andere hand uitgestrekt om het zaad over de wereld te strooien. De symboliek was eeuwenoud: wie zaait, brengt nieuw leven voort. Maar Elias voegde een scherp randje toe. De zaaier vertrapte met zijn rechtervoet een Duitse helm, en over zijn rug stroomde het bloed dat in de oorlog had gevloeid. Het beeld was bedoeld als troost, maar ook als waarschuwing en overwinningsteken.

Hoewel later vaak werd beweerd dat het beeld van kalksteen was, blijkt uit de originele aanvraag, foto’s en tekeningen dat het duidelijk van terracotta was gemaakt een prachtig maar kwetsbaar materiaal.

Een monument zonder vergunning
Op 3 mei 1947 werd De Zaaier onder de eretribune van De Kuip onthuld. Feijenoord‑voorzitter Cor Kieboom vroeg om een minuut stilte en riep de leden op het beeld jaarlijks op Bevrijdingsdag te eren. De club was trots: eindelijk hadden de gevallen sportmakkers een waardige plek.

Maar er was één probleem: sinds 15 oktober 1945 gold een monumentenstop. Voor elk oorlogsmonument was toestemming nodig van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Provinciale commissies moesten ontwerpen beoordelen op kwaliteit, symboliek en de betrouwbaarheid van de kunstenaar. Feijenoord had echter geen vergunning aangevraagd. Mogelijk dacht men dat een monument op eigen terrein niet onder de regels viel.

Dat misverstand zou het begin worden van een bureaucratische nachtmerrie.

De vernietigende beoordeling van januari 1948
In januari 1948 bezocht de Provinciale Commissie van Zuid‑Holland het stadion om het reeds geplaatste monument te inspecteren. Het oordeel was ongekend hard. In haar rapport stelde de commissie dat het gedenkteken:
“aesthetisch en architectonisch volstrekt onvoldoende was” ,
“slecht in verhoudingen”,
en “het gebrek aan vakmanschap van de maker” zou verraden.
Ook de locatie werd scherp bekritiseerd. De achtergrond  ruiten, deuren, trappen, en de doorloop van spelers naar het veld , zou “zeker niet in overeenstemming zijn met de hier herdachte gebeurtenissen”.

Begin deze eeuw schreef Rie Elias in een brief aan schrijver Simon Kuper dat de commissie bovendien vond dat het beeld niet “sober genoeg” was. De expressieve symboliek  de helm, het bloed, de krachtige houding zou te uitgesproken zijn geweest voor de commissieleden, die een ingetogener vorm van herdenken prefereerden.

Deze combinatie van esthetische kritiek, locatie‑afkeuring en smaakverschillen zou uiteindelijk fataal blijken.

Feijenoord weigert zich neer te leggen
Binnen de club leidde het oordeel tot grote verontwaardiging. Clubredacteur Bertus Heesakker waarschuwde dat verwijdering van een monument dat grotendeels door de leden zelf was bekostigd tot grote ophef zou leiden. Het gedenkteken was immers niet alleen een kunstwerk, maar ook een tastbare uitdrukking van collectieve rouw en solidariteit binnen de vereniging.

Samen met commissievoorzitter Lou van der Slik trok Heesakker in het voorjaar en de zomer van 1948 meerdere keren naar het ministerie in Den Haag. Ze probeerden met alle mogelijke argumenten de verwijdering tegen te houden: de emotionele waarde, de financiële inspanning van de leden, de symbolische betekenis van het monument, en het feit dat het al meer dan een jaar zonder problemen in het stadion stond.

Maar elke poging liep stuk op een muur van ambtelijke koppigheid.

De minister grijpt persoonlijk in
In 1948 werd de afwijzing maar liefst vijf keer opnieuw bevestigd door ambtenaren. Uiteindelijk besloot minister Theo Rutten zich er persoonlijk mee te bemoeien. Eind november 1948 schreef hij zelf een brief aan Feijenoord.

Op basis van artikel 4, lid 1 van het Koninklijk Besluit van 15 oktober 1945, no. F. 231, gelastte hij de definitieve verwijdering van het monument. De reden was formeel en onwrikbaar: er had vóór plaatsing toestemming moeten worden gevraagd. Dat was niet gebeurd  niet door de kunstenaar, en niet door Feijenoord.

Daarmee was het lot van De Zaaier bezegeld.

Het beeld was in 1948 al meerdere keren afgedekt geweest, onder andere tijdens de interland Nederland België op 18 april. Ook bij thuiswedstrijden werd het soms aan het zicht onttrokken. Maar eind augustus stond het weer zichtbaar onder de eretribune.

Nu moest het voorgoed verdwijnen.

Het verdwijnen van De Zaaier
Kort na de ministeriële beslissing moet een vrachtwagen het beeld hebben opgehaald. Terracotta is broos; het verwijderen of zelfs vernietigen ervan kost weinig moeite. De minister had de burgemeester van Rotterdam opdracht gegeven het beeld te verwijderen, waarschijnlijk uitgevoerd door Gemeentewerken.

Daarna verdwijnt De Zaaier volledig uit de archieven.

Geen opslaglocatie.
Geen vernietigingsrapport.
Geen spoor.

Zelfs de maakster, Riet Elias, wist in 2009 niet waar haar werk was gebleven. Ze sprak nog altijd van “diefstal”.

Een schamele vervanging
In 1952 werd rechts van de trap naar de eretribune een eenvoudige plaquette geplaatst:

1940–1945
Moge u hen, die als
trouwe sportmakkers
de club ontvielen,
een ogenblik gedenken.
R.V. & A.V. Feijenoord

In latere jubileumboeken werd De Zaaier niet eens meer genoemd. Het monument verdween niet alleen uit het stadion, maar ook uit het geheugen van de club.

Een mysterie dat blijft
Terugkijkend is het oordeel van de commissies hard en misschien zelfs buitenproportioneel. Het beeld was met liefde en kleine bijdragen van Feijenoorders tot stand gekomen. Het was een oprecht eerbetoon aan de slachtoffers van de oorlog.

Maar door bureaucratie, gekrenkte trots, esthetische meningsverschillen en slechte verhoudingen tussen Rotterdam en Den Haag werd het monument opgeofferd. En zo verdween De Zaaier  letterlijk én figuurlijk  in de nevelen van de tijd.

Tot op de dag van vandaag blijft één vraag onbeantwoord:

Waar is het beeld gebleven?

aanvraag de zaaier

tekening aanvraag de zaaier Bron:Nationaal argief nummer toegang 2.14.69 bestanddeel 2389

de onthulling van de zaaier

de onthulling van de zaaier

aan vraag de zaaier Bron:Nationaal argief nummer toegang 2.14.69 bestanddeel 2389

brief aanvraag de zaaier Bron:Nationaal argief nummer toegang 2.14.69 bestanddeel 2389