arrestatie kaart Barend Naarden

Arrestatie kaart

Barend Naarden

Een leven dat groter was dan de papieren die hij achterliet
Er zijn mensen van wie we geen foto’s meer hebben, geen brieven, geen stemgeluid.
Alleen sporen.
Een naam op een kaart. Een adres in een register. Een datum in een dossier.
En toch kun je, als je lang genoeg kijkt, een mens terugvinden.

Barend Naarden was zo’n mens.
Een jongen uit Amsterdam die Rotterdam veroverde
Hij werd geboren op 27 augustus 1901 in Amsterdam, als zoon van Emanuel Naarden en Jacomijn Frankfort. Een Joodse familie, geworteld in de stad, maar met takken die zich uitstrekten naar Schiedam en Rotterdam.

Als jonge man trok Barend naar Rotterdam de stad waar hij zijn toekomst vond.
Hij werkte hard, bouwde aan iets dat van hem was.
Een kledingzaak, een nette herenkledingwinkel aan de Pretorialaan 68, midden in Rotterdam Zuid.
Een buurt waar handel, voetbal en familie het ritme van de dag bepaalden.

In 1926 trouwde hij met Catho Louise Blom, een vrouw uit Giessen‑Nieuwkerk.
Samen kregen ze twee zoons:

Emanuel (7 februari 1927)

Aron (12 juli 1928)

Het gezin verhuisde meerdere keren van de Pretorialaan naar de Groene Hilledijk, van de Rochussenstraat naar de Hoyledesingel 8 in Hillegersberg.
Elke verhuizing was een stap vooruit.
Het ging goed. Het leven lachte hen toe.

Een Feijenoord familie
De Naardens waren Rotterdammers, maar vooral: Feijenoorders.

Barend was donateur.
Zijn zoons stonden zelf op het veld.

In de ledenlijsten van De Feijenoorder duiken hun namen op:

april 1935: “P. Naarden” als donateur (met het woonadres van Barend)

Emanuel en Aron als jeugdspelers

1940: Aron administratief verwijderd

1941: Emanuel moet stoppen omdat Joodse leden niet langer welkom zijn

Het waren gewone jongens met dromen, hobby’s, een club.
Tot de wereld veranderde.

De muren sluiten zich
Vanaf 1941 werd het leven voor Joodse Rotterdammers steeds benauwder.

Barends winkel kwam onder toezicht te staan.
Duitse bewindvoerders namen de leiding over.
Later volgde liquidatie.

Privé werd het niet beter.
Joden mochten geen huizen meer kopen.
Toen Barend via een tussenpersoon het huis aan de Hoyledesingel wilde kopen, moest dat op naam van een niet Joodse vriend.
Hij vertrouwde hem.
Dat vertrouwen zou hem later duur komen te staan.

En ondertussen kwamen de deportaties dichterbij.
De angst werd dagelijks.

De zomer van 1942 hoop, verraad en ondergang
In die zomer klampte Barend zich vast aan een laatste strohalm:
een vrouw die zich voordeed als iemand met verzetscontacten.
Ze stond bekend als “Tante Bertha”.

Ze beloofde hem een ontsnappingsroute naar Engeland.
Barend geloofde haar.
Hij gaf haar zelfs zijn huis en bezittingen in ruil voor hulp.

Maar het was geen redding.
Het was een val.

Op 23 juli 1942 werd Barend gearresteerd door de Sicherheitsdienst.
Zijn naam stond op een lijst van donateurs die Bertha zelf had aangelegd een lijst die in handen van de Duitsers was gevallen.

Documenten tonen zijn spoor:

23 juli 1942  insluiting

28 augustus 1942  bezoekvergunning voor een SD‑verhoor

7 september 1942  “vrijlating” uit het politiebureau

Maar die vrijlating was een schijnbeweging.
Hij werd dezelfde dag naar Westerbork gebracht.

Zijn vrouw en kinderen moesten zich op 7 september melden op politiebureau Haagsche Veer.
Op 8 september werden zij naar Westerbork vervoerd.

De deportatie
Op 11 september 1942 werd Barend gedeporteerd naar Auschwitz.
Zijn vrouw en kinderen reisden met hetzelfde transport.

Hun lot was verschrikkelijk:

Catho Louise vermoord bij aankomst, 14 september 1942

Aron vermoord bij aankomst, 14 september 1942

Emanuel geselecteerd voor dwangarbeid, overleden in Seibersdorf op 31 maart 1943

Barend zelf overleefde bijna twee jaar in het kampensysteem uitzonderlijk lang voor een Nederlandse Jood.
Dat betekent dat hij waarschijnlijk in een werkkamp of subkamp terechtkwam.

Op 31 augustus 1944 stierf hij in Auschwitz.
Hij werd 43 jaar.

De winkel en de mythe van Chris Sinke
Na de oorlog bleef er verwarring bestaan over de kledingzaak.

Sommige bronnen beweren dat de winkel zou zijn overgenomen door Chris Sinke, oud‑Feijenoorder.
Maar de officiële KVK‑documenten vertellen een ander verhaal:

In mei 1946 staat er een inschrijving waarin Sinke als voortzetter wordt genoemd.

Maar in september 1946 verklaart Stichting C.A.B.A. dat deze inschrijving op een vergissing berustte.

De overdracht aan Sinke heeft nooit plaatsgevonden.

De enige geldige inschrijving:
“de opheffing van de zaak der vennootschap is buiten haar om geschied.”

De winkel van Barend Naarden is dus nooit door Sinke overgenomen.
Het is een misverstand dat door de jaren heen is blijven hangen.

De nasleep  papieren, stilte en strijd
Na de oorlog bleef er niets tastbaars over van het gezin Naarden.
Geen foto’s.
Geen brieven.
Geen persoonlijke spullen.

Alleen papieren.

Het Rode Kruis opende dossiers.
Het Nederlands Beheersinstituut beheerde zijn vermogen:

contanten

twee levensverzekeringen

sieraden

een huis waarin ƒ 10.000 was belegd

Maar zelfs dat leidde tot conflicten.
De vriend die het huis voor hem had gekocht, probeerde het na de oorlog te houden.
Er doken valse schuldbekentenissen op.
Het duurde jaren voordat de waarheid boven tafel kwam.

Een naam die blijft
Barend staat niet op het KNVB‑monument.
Zijn zoons wel.

Zijn winkel bestaat niet meer.
Zijn gezin bestaat niet meer.
Zijn huis is niet meer het zijne.

Maar zijn verhaal bestaat nog.

In archieven.
In documenten.
En nu ook in deze woorden.

Barend Naarden was geen nummer.
Hij was een vader die zijn kinderen naar Feijenoord bracht.
Een ondernemer die zijn zaak opbouwde.
Een man die vertrouwde misschien te veel.
Een mens die probeerde te overleven in een tijd waarin overleven bijna onmogelijk was.

Door zijn verhaal te blijven vertellen, blijft hij bestaan.

staat op het holocaust namen monument Amsterdam