Emanuel Naarden
De jongen die te vroeg volwassen moest worden
Er zijn kinderen die de oorlog ingaan als kind, maar eruit verdwijnen als naam.
Geen graf, geen foto, geen stem die is blijven hangen.
Alleen papieren.
Alleen data.
Alleen stilte.
Emanuel Naarden was zo’n kind maar ook meer dan dat.
Hij was een zoon, een broer, een Feijenoorder, een Rotterdammer.
En hij was zestien jaar oud toen zijn leven eindigde.
Een jongen met een toekomst
Emanuel werd geboren op 7 februari 1927 in Rotterdam, als oudste zoon van Barend Naarden en Catho Louise Blom.
Hij was de grote broer van Aron, twee jaar ouder, twee jaar wijzer, twee jaar verder in de wereld.
Het gezin woonde op plekken die elke Rotterdammer kent:
Pretorialaan 68
Groene Hilledijk 229
Rochussenstraat 33B
Hoyledesingel 8 in Hillegersberg
Elke verhuizing was een stap vooruit.
Zijn vader Barend werkte hard in de kledingzaak.
Zijn moeder zorgde voor warmte en structuur.
Emanuel en Aron groeiden op in een huis waar gelachen werd, waar Feijenoord werd besproken aan tafel, waar plannen werden gemaakt.
Een Feyenoorder in hart en nieren
In april 1935 stond Emanuel acht jaar oud voor de ballotagecommissie van de Supportersvereniging Feyenoord.
Hij werd aangenomen per 1 maart 1935.
Zijn naam verscheen in De Feijenoorder, tussen die van andere jongens die droomden van voetbal, van de Kuip, van rood‑wit.
Hij speelde in de jeugdteams.
Hij was goed, gedisciplineerd, fanatiek.
Zijn vader Barend stond langs de lijn.
Het waren gewone, gelukkige jaren.
Tot de oorlog kwam.
Emanuel Naarden moet op 15 september 1941 op last van de Rijkscommissaris uitgeschreven worden als lid van Feijenoord
Geen uitleg.
Geen reden.
Maar iedereen wist het.
Joodse kinderen mochten niet meer blijven.
Emanuel was toen 13 jaar.
Hij begreep het misschien beter dan Aron.
Hij voelde de wereld veranderen.
Hij zag hoe zijn vader Barend vocht om de winkel overeind te houden.
Hij zag hoe zijn moeder probeerde de schijn van normaliteit te bewaren.
Maar de muren sloten zich.
De zomer van 1942 het gezin valt uiteen
De zomer van 1942 was het breekpunt.
Zijn vader Barend werd op 23 juli 1942 gearresteerd door de Sicherheitsdienst.
Zijn naam stond op een lijst die door verraad in handen van de Duitsers was gevallen.
Emanuel moet het gezien hebben: de spanning in huis, de angst in de ogen van zijn moeder, de stilte die volgde.
Barend werd op 7 september 1942 “vrijgelaten” maar dat was geen vrijheid.
Hij werd dezelfde dag naar Westerbork gebracht.
Emanuel, Aron en hun moeder moesten zich op 7 september melden op politiebureau Haagsche Veer.
Op 8 september werden zij naar Westerbork vervoerd.
Het gezin kwam weer samen, maar alleen voor even.
Westerbork 8 september 1942
In Westerbork werd Emanuel geregistreerd.
Zijn kaart vermeldt:
Hoyledesingel 8
7.2.27, Rotterdam
ongehuwd
Pappenheim (een aanduiding die vaker voorkomt bij Joodse Raad‑registraties)
8 SEP 1942
Fp 11‑9‑42 (transportdatum)
Hij was zestien.
Een leeftijd waarop je normaal gesproken denkt aan school, voetbal, vrienden.
Niet aan transportlijsten.
Transport 11 september 1942
Op 11 september 1942 werd Emanuel op transport gezet naar Auschwitz.
Samen met zijn moeder.
Samen met Aron.
Samen met zijn vader.
Het gezin reisde samen naar de plek waar ze uit elkaar zouden worden gerukt.
Auschwitz en daarna
In Auschwitz werd Emanuel niet vermoord bij aankomst.
Hij werd geselecteerd voor dwangarbeid iets wat maar weinig Nederlandse Joodse kinderen overkwam.
Hij werd doorgestuurd naar Seibersdorf, een werkkamp in Polen.
Een plek waar kinderen geen kinderen meer waren, maar nummers.
Waar dagen bestonden uit kou, honger, uitputting.
Op 31 maart 1943 stierf Emanuel in Seibersdorf.
Hij werd zestien jaar.
Zijn overlijden werd pas in 1955 officieel ingeschreven in Rotterdam, op basis van informatie van het Ministerie van Justitie.
De nasleep zoeken naar een spoor
Na de oorlog probeerde het Rode Kruis duidelijkheid te krijgen.
Er werd een dossier geopend:
6419 NAARDEN, EMANUEL
Dossiernummer 15644
Openbaarheid beperkt tot 1 januari 2046
In 1950 werd een internationaal onderzoek gestart.
In 1989 meldde de Arolsen Archives dat er nieuw materiaal was, maar:
“Bij gebrek aan documenten is het onmogelijk het volledige lot vast te stellen.”
Zijn spoor is een reeks kaarten, brieven, transportlijsten.
Geen foto’s.
Geen persoonlijke spullen.
Geen graf.
Een naam die blijft
Emanuel staat op het KNVB‑monument.
Zijn naam wordt genoemd tussen andere jonge voetballers die nooit volwassen werden.
In een oude krant staat:
“A. Naarden (vermist), E. Naarden (vermist)”
Twee broers.
Twee Feijenoorders.
Twee kinderen van Zuid.
Beiden verdwenen.
Beiden gestorven.
Beiden vergeten door de wereld maar niet door de archieven.
Waarom Emanuel telt
Hij was een jongen.
Een grote broer.
Een Feijenoorder.
De oudste zoon van Barend Naarden een vader die tot het allerlaatste moment probeerde zijn gezin te beschermen.
De broer van Aron die drie dagen na aankomst in Auschwitz werd vermoord.
Emanuel hield het langer vol.
Maar ook zijn kracht had een grens.
Zijn leven eindigde in een werkkamp, ver van huis.
Maar zijn verhaal eindigt niet.
Het leeft voort in archieven.
In documenten.
En nu ook in deze woorden.
Omdat vergeten het laatste is wat hem mag overkomen.
staat op het holocaust namen monument Amsterdam
staat op het KNVB monument Zeist.
