Arie Overweel
De Feijenoorder die Zijn Schoenen Ging Ophalen
In Rotterdam Zuid, tussen de Bree, de Pretorialaan en de Dordtschelaan, leefde begin jaren veertig een jongen die door iedereen werd gezien als een vrolijke, loyale Feijenoorder: Arie Overweel. Hij was net 22 jaar, bankwerker, woonde nog thuis bij zijn ouders, en stond bekend om zijn opgewektheid. In De Feijenoorder werd hij later omschreven als:
“een fijnen kameraad… altijd opgewekt… altijd lachend”
Arie was geen voorbijganger in de clubgeschiedenis. Hij groeide er letterlijk in op.
Zijn lidmaatschapsverloop laat zien hoe diep Feijenoord in zijn leven verankerd was:
1926 Arie verschijnt voor het eerst in de ledenlijst, wonend aan de Disselstraat
1927–1940 Hij staat onafgebroken geregistreerd op de Bree 33–35
1936–1939 Arie speelt in het 2e en 3e elftal, vaste kracht in de lagere senioren
1938 Hij wordt werkend lid,
1939 Hij zegt zijn lidmaatschap op
Mei 1940 Hij wordt opnieuw “weder opgevoerd”, terug in de club, terug bij zijn vrienden
Het is het profiel van een jongen die Feijenoord nooit losliet en die Feijenoord nooit meer zou vergeten.
De Laatste Dag
Op 14 februari 1941 deed Arie iets wat zo alledaags was dat het haast onverdraaglijk wordt om te weten hoe het eindigde:
hij ging zijn gerepareerde schoenen ophalen bij de schoenmaker op de Pretorialaan.
In De Feyenoorder staat het anoniem beschreven:
“Eén onzer leden ging zijn gerepareerde schoenen afhalen… Plotseling een geweldige slag…”
Jarenlang bleef onduidelijk wie deze speler was. Maar alle feiten wijzen dezelfde kant op:
het was Arie.
En de schoenmaker bij wie hij zijn schoenen ophaalde?
Dat was Willem Molenaar Feijenoorder, buurtgenoot, en iemand die Arie zeker kende.
Niet alleen omdat hij zijn schoenen repareerde, maar omdat ze dezelfde club deelden, dezelfde wijk, dezelfde wereld.
Arie stond in hetzelfde huis toen de bom viel.
Willem Molenaar De Schoenmaker van de Pretorialaan
Willem Molenaar, 36 jaar, woonde én werkte op Pretorialaan 36b. Hij was schoenmaker, Feijenoorder, en speelde ooit drie bekerwedstrijden waarin hij drie keer scoorde. Een vakman én een clubman.
De doodschouw vermeldt:
“letsel aan borstwand en long”
Letsel dat past bij een explosie.
Willem kwam om in zijn eigen huis, op het moment dat Arie daar binnenstapte om zijn schoenen op te halen.
Het verhaal is niet symbolisch of vermoedelijk het is letterlijk:
Arie en Willem stierven samen, in hetzelfde huis, door dezelfde bom.
Johannes Marinus Weber De Derde Man van Die Nacht
Johannes Marinus Weber, 27 jaar, expeditieknecht, woonde aan de Dordtschelaan. Hij was geen lid van Feyenoord, maar hij kende Willem Molenaar wél.
Sterker nog:
Weber en Molenaar liggen in hetzelfde graf begraven.
Dat gebeurt niet met vreemden.
Dat gebeurt met mensen die elkaar kenden, families die elkaar kenden, levens die met elkaar verweven waren.
Zijn doodschouw noteert:
“doorboorde halsslagader”
Ook hij werd getroffen door dezelfde inslag, dezelfde drukgolf, dezelfde chaos.
En in de gezamenlijke dankbetuiging staan hun namen naast elkaar:
“W. Molenaar – J. M. Weber – A. Overweel”
Drie families, één advertentie, één ramp.
De Bom op de Pretorialaan
Uit het politierapport blijkt hoe zwaar de wijk werd getroffen:
“Pand 48 aan de Pretorialaan was door een bom getroffen… vóór pand 20 lag een bomtrechter… op de rijstraat daarvoor nog twee bomtrechters.”
Minstens vier bommen kwamen tot ontploffing in de woonwijk.
Huizen scheurden open, ramen vlogen tientallen meters verder, een boom “was door explosie geknapt”.
In die vernietiging stierven drie mannen die elkaar niet toevallig kruisten
ze kenden elkaar.
Ze woonden bij elkaar.
Ze kwamen samen om.
Drie Namen, Eén Rampnacht
Arie Overweel, de jonge Feijenoorder die zijn schoenen kwam ophalen.
Willem Molenaar, de schoenmaker en oud‑speler die die schoenen had gerepareerd.
Johannes Marinus Weber, de buurman die met Willem in hetzelfde graf werd gelegd.
Drie levens, drie families, drie adressen.
Eén bominslag.
Eén datum.
Eén gezamenlijke dankbetuiging.
Eén verhaal dat nu eindelijk klopt.



