Reinier Werson Beeldbank WO2 NIOD

Reinier Werson

Reinier Werson foto verhoor Utrecht

Reinier Werson foto verhoor Utrecht bron Niot

overlijdens bericht

overlijdens bericht uit de krant

Reinier Werson

De vlaggenmaker, de pamfletten, de inval en het verraad

Er zijn van die mannen die nooit bedoeld waren om held te worden.
Mannen die gewoon wilden werken, hun gezin onderhouden, hun club steunen, en verder niemand kwaad doen.
Reinier Werson was zo’n man.

Een vlaggenmaker uit Dordrecht.
Een rustige Rotterdammer.
Een Feyenoorder sinds 1936.
Een man die zijn leven leidde zoals je een vlag maakt: met zorg, met vakmanschap, met aandacht voor details die niemand ziet, maar die alles bepalen.

En toch zou hij sterven in een Duits tuchthuis, ver van huis, ver van zijn vrouw, ver van zijn kinderen.
Niet omdat hij een wapen droeg.
Niet omdat hij een soldaat was.
Maar omdat hij zonder dat hij het zelf doorhad midden in een verzetsorganisatie terechtkwam.

De winkel aan de Oudebarneveldsstraat
Reinier Werson had een winkel zoals je die nu niet meer ziet.
Een zaak vol vlaggen, vaandels, borduurwerk, sierknoppen, medailles, bekers, fietsvaantjes, gouden franje, zilveren draad.
Een atelier waar kleur werd gemaakt in een tijd die steeds grijzer werd.

Zijn bedrijf bestond al sinds 1871.
Het oudste adres voor artistiek werk in Rotterdam.
Hij maakte zelfs de vlag van de Sportclub Feijenoord.

In 1943 kreeg hij een nieuwe huurder:
Friedrich Wilhelm Schäfer, een Reichsduitser die in de winkel werkte en boven woonde.

Een keurige man, dacht Werson.
Een harde werker.
Een beetje stil misschien.

Wat hij niet wist:
Schäfer was al jaren anti Duits.
Hij luisterde stiekem naar de Engelse radio.
En hij had een radio iets wat Nederlanders niet mochten hebben.

De studenten en de radio
Twee Delftse studenten kwamen regelmatig bij Schäfer over de vloer:
Gerardus Werson, Reinier’s eigen zoon,
en zijn studievriend Brandenburg.

Ze luisterden mee naar de BBC.
Eerst voorzichtig.
Dan vaker.
Dan elke avond.

Wat begon als luisteren, werd al snel overschrijven.
Wat overschrijven was, werd stencilen.
En wat stencilen was, werd verzet.

Elke dag maakten ze 75 pamfletten:

50 voor Gerard en Brandenburg
25 voor Schäfer
4 voor Reinier Werson zelf

Die vier gaf hij de volgende ochtend door aan onbekende afhalers in zijn winkel.
Hij zei later dat hij zijn zoon had gewaarschuwd, maar dat hij hem niet kon tegenhouden.

De treinreis van Heessels
In december 1943 zat Cornelis Anthonius Heessels, kantoorbediende bij Unilever, in de trein.
Hij hoorde dat er een manier bestond om “de Engelse berichten” te krijgen.
Hij kreeg een adres:
Oudebarneveldsstraat 134 de winkel van Werson.

Heessels meldde zich daar, ontmoette Schäfer, en kreeg vanaf dat moment elke dag één pamflet.
Hij betaalde 75 cent per week.

Toen collega Varsseveld hem op kantoor met zo’n blaadje zag, vroeg die om extra exemplaren.
Vanaf dat moment haalde Heessels drie pamfletten per dag op:
één voor zichzelf, twee voor Varsseveld.

De lezerskring bij Unilever
De pamfletten gingen rond.
Van hand tot hand.
Van bureau tot bureau.

Onder de lezers:

Heesakker
Plandsoen
Kreischer
Bos
Wendt
Schoones
Garretsen
Van Randwijk

Het was geen grote verzetsgroep.
Geen militaire organisatie.
Het was een ketting van nieuwsgierige Rotterdammers die wilden weten wat er écht gebeurde.

Maar voor de Duitsers was dat genoeg.

De inval
Begin 1944 sloeg de Sicherheitsdienst toe.

De winkeljuffrouw
Op de dag van de inval stond Jannigje Heikoop, 25 jaar, in de winkel.
Ze verklaarde later dat Reinier Werson met niets van dit alles te maken had en dat geloofde ze ook.

De schoenendozen vol zilver
Boven, op de kamer van Schäfer, stonden drie schoenendozen vol zilveren rijksdaalders, guldens, kwartjes en dubbeltjes.
Geld van klanten, bedoeld om sieraden van te maken.

Daarnaast lagen er in de winkel van Werson twee grote zilveren platen materiaal waarmee in de zaak zilveren voorwerpen werden vervaardigd.
Samen zo’n 8000 gulden waard.

Het lag er allemaal.
En het werd allemaal meegenomen.

De trap op
Leendert Paulus Bosman, in dienst bij Werson, zag het gebeuren.
Plotseling stonden er SD‑mannen in de winkel.
Twee bleven beneden.
Twee stormden naar boven.

Ze vergisten zich in de verdieping.
Maar het was genoeg om paniek te zaaien.

Wie waar was
Op dat moment was Gerardus Werson boven, bezig met de stencilmachine en het kleine Philips radiotoestel.
Frits Schäfer stond beneden in de winkel, nietsvermoedend, terwijl de SD binnenviel.

Bosman wist Gerardus te waarschuwen.
In een paar seconden verstopten ze de radio en de stencilmachine op zijn kamer.
Gerardus rende daarna naar beneden, liep langs de Duitsers de winkel in en wist weg te komen.

Het was zijn laatste vrije stap in Rotterdam.

Wat de SD vond
De Duitsers vonden uiteindelijk toch wat ze zochten:
een gestencild bericht, de radio, de stencilmachine.
En bij Schäfer die nog steeds beneden stond vonden ze later ook een pistool en een Engelse vlag.

Toen ze vroegen waarom hij die vlag had, zei hij:
“Als de Engelsen winnen, hang ik hem uit. Omdat ik Duits ben.”

Het was een antwoord dat zijn doodvonnis bezegelde.

De inval bij Werson stond niet op zichzelf.
Het spoor liep via Unilever, waar de lezerskring actief was.
Iemand had gepraat.
Iemand had verraden.

En zo kwamen de Duitsers bij de Oudebarneveldsstraat terecht.

Het proces in Utrecht
Op 16 juni 1944 stonden elf mannen terecht voor het Duitse Obergericht.

Vrijspraak
Reinier Aalbergs werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Zware veroordelingen
Heessels kreeg 2 jaar tuchthuis wegens “bijzonder zwaar geval”.

Reinier Werson
Hij kreeg 1 jaar en 3 maanden gevangenisstraf.

De rechters vonden dat hij:

zijn zoon niet had tegengehouden
Schäfer te veel ruimte had gegeven
maar ook dat hij innerlijk verscheurd was
en oprecht berouw toonde

Daarom kreeg hij geen tuchthuisstraf, maar een lagere gevangenisstraf.

Het verhoor
Het begon met één vraag:

“Waar is uw zoon.”

Reinier antwoordde zacht:
“Ik weet het niet.”

De ondervrager werd scherper:
“U bent verantwoordelijk voor zijn daden. U had hem moeten tegenhouden. Desnoods moeten kastijden.”

Reinier bleef kalm:
“Hij was negentien jaar. Dan gaan zij hun eigen weg.”

Zijn zoon werd later alsnog gepakt.
Zonder proces gefusilleerd.

De weg naar Siegburg
Na zijn veroordeling werd Werson:

op 17 juli 1944 in Utrecht geregistreerd
op 1 augustus 1944 overgebracht naar Siegburg

Daar werd hij:

medisch onderzocht (gezond, arbeidsgeschikt)
tewerkgesteld als kunstschilder
beoordeeld als “goed gedrag, berouwvol”

In januari 1945 schreef de gevangenisdirecteur aan de Duitse procureur:

“Het strafdoel is bereikt.
Ik heb geen bezwaar tegen voorwaardelijke vrijlating.”

Zijn straf zou eindigen op 14 mei 1945 twee dagen na de Duitse capitulatie.

Hij was er bijna.

Maar bijna is niet genoeg in oorlogstijd.

De dood in Siegburg
In februari 1945 brak in het tuchthuis vlektyfus uit.
Een ziekte die sneller ging dan hoop.
Sneller dan brieven.
Sneller dan de oorlog zelf.

Reinier Werson stierf op 3 februari 1945.
Ziek.
Uitgeput.
Alleen.

Zijn lichaam werd in een massagraf gelegd.
Zijn naam werd verkeerd gespeld.
Zijn graf werd nooit teruggevonden.

In de krant stond:

“Ons bereikte de droeve tijding dat Reinier Werson, oud 56 jaar, op 6 april ’45 te Siegburg is overleden.”

Zelfs de datum klopte niet meer.

De weduwe
Maria Johanna Werson Zijlmans bleef achter.
Met twee doden: haar man en haar oudste zoon.
Met één overlevende zoon, Reinier junior.
Met een leeg huis.
Met een gebroken hart.

Ze werd zelf nog één dag opgepakt in 1944 met een tas, 21 gulden en een paar papieren.
Meer had ze niet.

In een dankbetuiging schreef ze:

“Getroffen door de overstelpende bewijzen van deelneming bij het overlijdensbericht van mijn man en onzen vader Reinier Werson en van mijn zoon en onzen broeder Gérard Werson…”

Het is een kort bericht.
Maar het zegt alles.

Reinier Werson was geen soldaat.
Geen politicus.
Geen generaal.
Geen man die geschiedenis wilde schrijven.

Hij was een vlaggenmaker.
Een Feijenoorder.
Een vader.

En toch werd hij een held.
Niet omdat hij vocht.
Maar omdat hij bleef staan.
Omdat hij zijn zoon niet verried.
Omdat hij vier pamfletten per dag doorgaf — vier stukjes waarheid in een stad vol leugens.

En daarom verdient hij dit verhaal.
Niet als nummer in een archief.
Niet als naam op een muur.
Maar als mens.

Helaas is de laatste rustplaats van de heer R. Werson is ons niet bekend. Daarom hebben wij zijn naam vermeld op Gedenksteen1 op het Nederlands Ereveld te Düsseldorf

Helaas is de laatste rustplaats van de heer R. Werson niet bekend. Daarom hebben ze zijn naam vermeld op Gedenksteen op het Nederlands Ereveld te Düsseldorf

staat op Gedenksteen op het Nederlands Ereveld te Düsseldorf

online