Gezicht-op-door-een-bominslag van 29-6-1940 getroffen Nassaustraat

Gezicht op door een bominslag van 29-6-1940-getroffen-Nassaustraat

ovl advertentie uit de Feijenoorder 1940

overlijdings advertentie uit de Feijenoorder 1940

schouwarts doodsoorzaak

schouwarts doodsoorzaak

Cornelis Bastiaanse

De eerste gevallen Feijenoorder

Er zijn van die namen die je in oude kranten tegenkomt, in vergeelde registers of op een gedenksteen, en die je even stil doen staan. Niet omdat ze luid schreeuwen, maar juist omdat ze zo stil zijn.
C. Bastiaanse.
Een jongen van vijftien.
Een Feijenoorder.
Het eerste oorlogsslachtoffer van de club.

Cornelis Bastiaanse wordt geboren op 9 oktober 1924 in Rotterdam, als zoon van Johannes Martinus Bastiaanse en Adriana Soeters. Hij groeit op in een klein gezin dat in korte tijd zowel vreugde als verdriet kent.

In 1922 worden zijn oudere broer en zus geboren: een tweeling, Johannes Adrianus en Engelina. Maar het geluk is broos. Engelina overlijdt al op 24 maart 1923, net 1 jaar oud.

Cornelis wordt in 1924 geboren als het middelste kind.
In 1925 volgt nog een zusje: Engelina Cornelia, die later een lang leven zal hebben.

Pas ná het overlijden van zijn vader ontstaat het grotere, samengestelde gezin dat later in de archieven opduikt wanneer zijn moeder hertrouwt en er halfbroers en zussen bijkomen. Maar in zijn jeugd is het gezin klein, hecht, en getekend door vroeg verlies.

Cornelis groeit op. op plekken die klinken als hoofdstukken uit een stadsgeschiedenis: de Prins Hendrikkade, de Mariniersstraat, en later de Nassaustraat. Hij is een gewone Rotterdamse jongen, maar met één grote liefde: Feijenoord.

Een jonge Feyenoorder
In mei 1936 wordt Cornelis voorgedragen als aspirant lid van Feijenoord.
Op 1 juni 1936 wordt hij officieel aangenomen.
Hij is dan elf jaar oud.

Hij komt over van Door Eenheid Hoger, een kleine club, en maakt de overstap naar de grote familie van Feijenoord. In de clubbladen duikt zijn naam op tussen die van andere jongens die dromen van voetbal, kameraadschap en misschien ooit een plek in het eerste.
Hij hoort erbij.
Hij is één van hen.

Mei 1940 De club ontsnapt, de leden niet
Tijdens de Duitse inval ligt het Noordereiland, waar Cornelis woont, midden in de frontlinie. De gevechten zijn hevig, de schade enorm.
Maar door een wonder verliest Feijenoord in die vijf dagen geen enkel lid.

Dat betekent niet dat iedereen ongedeerd blijft.
In het clubblad van juli 1940 verschijnt een lijst met meer dan vijftig adreswijzigingen een ongekende hoeveelheid.
Tientallen Feijenoorders zijn dakloos geworden.

Ook het gezin Bastiaanse moet weg.
Ze worden gedwongen te verhuizen naar Nassaustraat 60, in Rotterdam‑West.

Het is extra wrang dat juist daar, op dat nieuwe adres, het noodlot toeslaat.

29 juni 1940 Het vergeten bombardement
Het is zaterdagochtend, 29 juni 1940.
Rotterdam probeert, nog geen twee maanden na de capitulatie, langzaam weer op te staan.
En dan gebeurt het ondenkbare.

Engelse bommenwerpers verschijnen boven de stad.
Niet de Luftwaffe dit keer, maar de geallieerden.
Een vergissing.
Een misrekening.
Een tragedie.

De bommen vallen op woonwijken in het westen van de stad: de Nassaustraat, de Willem Buytewechstraat, de Oranjehoomstraat.
Het Rotterdamsch Nieuwsblad schrijft diezelfde dag:

“Engelsche vliegtuigen teisteren Rotterdam.
Burgerbevolking het slachtoffer.
Veertien dooden en talrijke gewonden.”

Onder de foto van drie totaal verwoeste panden staat:
“De vernielde drie panden in de Nassaustraat.”

In één van die panden woont Cornelis Bastiaanse.

De explosie is verwoestend. Huizen storten in, muren scheuren open, vloeren zakken door.
Cornelis wordt onder het puin gevonden.
De doodschouwer noteert:

“Geweldadig door verpletting na bomexplosie.”

Hij is vijftien jaar oud.

De club rouwt
Op 3 juli 1940 wordt Cornelis begraven op de algemene begraafplaats Crooswijk.
Leden van het Feijenoord bestuur en de juniorencommissie begeleiden hem naar zijn laatste rustplaats.

Tijdens een jeugdtoernooi in Dordrecht houden twee Feijenoord teams een minuut stilte voor hun omgekomen voetbalvriend.
Het clubblad schrijft:

“Ons 15‑jarig adspirantenlid C. Bastiaanse viel als slachtoffer bij een Engels bombardement; een gevoelig verlies, speciaal ook voor zijn ouders.”

Het is een korte tekst, maar je voelt de klap.
Een jongen die nog maar net begonnen was aan zijn leven, weggerukt door een oorlog waar hij geen enkele invloed op had.

Zijn naam blijft bestaan
Cornelis Bastiaanse wordt genoemd op het KNVB‑monument, waar de Nederlandse voetbalwereld haar oorlogsslachtoffers eert.
Hij leeft voort in de archieven van Feijenoord, in de clubbladen van 1936 en 1940, in de overlijdensadvertenties, in de registers van de stad.

Hij was jong.
Hij was loyaal.
Hij was een Feijenoorder.
En hij werd een slachtoffer van een bombardement dat Rotterdam liever zou vergeten, maar dat nooit vergeten mág worden.

Cornelis werd maar vijftien jaar.
Maar zijn naam reist verder dan hij ooit zelf kon reizen.

Hij staat in de archieven, in de kranten, in de clubgeschiedenis.
Hij staat tussen de namen van Feijenoorders die de oorlog niet overleefden.
En hij staat in de herinnering van iedereen die zijn verhaal leest.

Een jongen van Rotterdam.
Een aspirant lid van Feijenoord.
Een zoon.
Een broer.
Het eerste oorlogsslachtoffer van de club.
Een naam die niet vergeten mag worden.

staat op het KNVB-monument zeist.