arestanten kaart aron

Arrestanten kaart Aron Naarden

Aron Naarden

De jongen die te jong was om vijand te zijn

Er zijn verhalen die je leest met een brok in je keel.
Niet omdat ze groots zijn, maar omdat ze klein zijn.
Omdat ze gaan over kinderen die nooit de kans kregen om volwassen te worden.

Aron Naarden was zo’n kind.
Hij werd geboren op 12 juli 1928 in Rotterdam, als jongste zoon van Barend Naarden en Catho Louise Blom.
Zijn vader was een hardwerkende herenkledinghandelaar, een man die zijn zaak opbouwde aan de Pretorialaan en zijn zoons meenam naar Feijenoord alsof het een tweede thuis was.
Zijn moeder hield het gezin bij elkaar, warm en zacht, zelfs toen de wereld om hen heen kouder werd.

Aron groeide op in een huis waar gelachen werd, waar gewerkt werd, waar plannen werden gemaakt.
Een gewoon gezin.
Een Rotterdams gezin.

Een kleine Feijenoorder
In april 1935 stond Aron zes jaar oud voor de ballotagecommissie van de Sportclub Feijenoord.
Een klein mannetje, waarschijnlijk met te grote schoenen en een blik die zei dat dit het belangrijkste moment van zijn leven was.

In juni werd hij aangenomen.
Aron was lid.
Een echte Feijenoorder.

Zijn broer Emanuel stond ook op de ledenlijst.
Hun vader Barend was donateur.
Het gezin leefde met de club mee, alsof rood‑wit een familiekleur was.

schrijft zich op 1 mei 1940 uit als lid, wegens “een gebrek aan animo”.
volgens zijn lidmaatschap kaart in het archief van Sportclub feijenoord.
maar in de feijenoorder uit april 1940 staat,Afvoeren van de ledenlijst.

In De Feijenoorder verschijnt een kille regel:

“Afvoeren van de ledenlijst: A. Naarden.”

Geen uitleg.
Geen reden.
Maar iedereen wist het.

Joodse kinderen mochten niet meer blijven.

Aron was toen 11 jaar.

Een gezin dat vooruit wilde
De Naardens verhuisden meerdere keren binnen Rotterdam:

Pretorialaan 68

Groene Hilledijk 229

Rochussenstraat 33B

Hoyledesingel 8 in Hillegersberg

Elke verhuizing was een stap vooruit.
Barend werkte hard, de winkel liep goed, het gezin klom langzaam omhoog.
Aron en Emanuel gingen naar school, naar de markt, naar de Kuip.
Ze waren gewone Rotterdammers.

Tot de oorlog kwam.
De bezetting wordt persoonlijk
Voor veel Rotterdammers begon de oorlog met bombardementen en verduistering.
Voor Joodse Rotterdammers begon hij met verboden.

Aron mocht niet meer naar zijn oude school.
Niet meer naar de bioscoop.
Niet meer naar het zwembad.
Niet meer naar de Kuip.

Hij was een kind, maar de regels behandelden hem alsof hij een gevaar was.

Zijn vader Barend voelde de muren sluiten.
Zijn winkel werd onder toezicht geplaatst.
Zijn vrijheid werd kleiner.
Zijn keuzes werden minder.

En Aron keek toe, zonder te begrijpen waarom de wereld ineens zo anders was.

De zomer van 1942 het gezin valt uiteen
In juli 1942 werd Barend gearresteerd.
Zijn naam stond op een lijst die door verraad in handen van de Sicherheitsdienst was gevallen.
Aron moet het gezien hebben: de spanning in huis, de angst in de ogen van zijn moeder, de stilte die volgde.

Barend werd vrijgelaten op 7 september 1942 maar dat was geen vrijheid.
Hij werd dezelfde dag naar Westerbork gebracht.

Aron, zijn moeder en zijn broer moesten zich op 7 september melden op politiebureau Haagsche Veer.
Op 8 september werden zij naar Westerbork vervoerd.

Het gezin kwam weer samen, maar alleen voor even.

Aron was 14 jaar.

Westerbork 8 september 1942
Westerbork was geen kamp waar je bleef.
Het was een wachtkamer.
Een tussenstation.
Een plek waar hoop en wanhoop elkaar afwisselden.

Kinderen speelden er nog.
Ze lachten soms.
Ze zongen.
Maar iedereen wist wat er achter de prikkeldraad lag.

Aron bleef er drie dagen.

Drie dagen waarin niemand hem kon redden.
Drie dagen waarin zijn vader, ergens in hetzelfde kamp, misschien nog naar hem heeft gezocht.

Transport 11 september 1942
Op 11 september 1942 werd Aron op transport gezet naar Auschwitz.
Een trein vol kinderen, moeders, vaders, grootouders.
Een trein die niet stopte.
Een trein zonder terugweg.

Zijn moeder, Catho Louise, zat in dezelfde trein.
Zijn vader ook.
Het gezin reisde samen naar de plek waar ze uit elkaar zouden worden gerukt.

Auschwitz 14 september 1942
Aron werd vermoord op 14 september 1942.
Drie dagen na aankomst.
Hij was 14 jaar oud.

Hij had geen kans.
Geen proces.
Geen verdediging.
Geen toekomst.

Hij was een kind.

Zijn moeder werd op dezelfde dag vermoord.
Zijn vader zou twee jaar later sterven.

staat op het holocaust namen monument in Amsterdam

 staat op het KNVB-monument Zeist