Bernard Maarssen
Een jongen uit Rotterdam die de oorlog niet overleefde
Er zijn van die namen die je in archieven tegenkomt, in transportlijsten, in brieven van wanhopige ouders namen die je niet meer loslaten zodra je ze eenmaal hebt gelezen.
Bernard Maarssen is zo’n naam.
Hij werd geboren op 18 maart 1924 in Rotterdam, als jongste van vier zonen van Jacques Maarssen, deurwaarder en overtuigd zionist, en Anna Henriëtte Polak, afkomstig uit Winschoten. Het gezin woonde aan de Bergweg 304A, midden in de Joodse gemeenschap van de stad. Bernard groeide op met zijn broers Henri Salomon, Salomon Alexander en Mozes.
Het was een huis waar geleerd werd, waar toekomst belangrijk was, waar men geloofde in vooruitgang. De jongens kregen degelijk onderwijs, en Bernard werd toegelaten tot de Hogere Textielschool in Enschede een opleiding die hem voorbereidde op een baan. Hij was pas zeventien, maar zijn toekomst lag open.
Tot de zomer van 1941.
Vanaf dat moment mochten Joodse leerlingen geen toegang meer krijgen tot vervolgonderwijs.
Bernard werd van school gestuurd.
Zijn toekomst werd in één klap afgebroken.
Een Rotterdamse jeugd en waarschijnlijk een Feijenoorder
Hoewel Bernard’s naam niet voorkomt in het bewaard gebleven clubblad, staat hij wél op de Droevenlijst de officiële herdenkingslijst van Feijenoord voor leden en donateurs die in de oorlog zijn omgekomen.
Dat is veelzeggend.
De Droevenlijst werd na de oorlog samengesteld door de vereniging zelf.
Alleen mensen die daadwerkelijk verbonden waren aan Feijenoord werden opgenomen.
Gezien Bernard’s leeftijd 12 tot 17 jaar in de jaren vóór de oorlog past hij precies in het profiel van een jeugdspeler.
Donateurs waren meestal volwassenen; spelers waren jongeren.
Zijn naam ontbreekt op het KNVB‑monument, omdat dat monument alleen KNVB‑leden herdenkt die lid waren .
Maar Feijenoord zelf vergat hem niet.
De mislukte vlucht zomer 1942
In 1942 werd de situatie voor Joodse gezinnen in Nederland snel uitzichtloos. Jacques en Anna Maarssen besloten tot een wanhopige stap: ze probeerden hun vier zonen naar Zwitserland te laten vluchten.
Het was een route die meer Nederlandse Joden probeerden via België, via Frankrijk, via de Pyreneeën. Maar de grenscontroles werden steeds strenger. De routes raakten afgesloten.
De vlucht mislukte.
Uit de brief van zijn moeder aan het Rode Kruis (Schiedam, 3 mei 1959) weten we dat Bernard in juni 1942 werd gearresteerd door Duitse militairen en terechtkwam in het Sammellager Perpignan, in Zuid‑Frankrijk.
Dit detail komt niet uit Duitse administratie, maar uit familiegetuigenis een zeldzame menselijke stem in een zee van formulieren.
Vanuit Perpignan werd hij overgebracht naar de militaire gevangenis van Orléans.
Pithiviers het Franse doorgangskamp
Op 29 juli 1942 werd Bernard overgebracht naar Pithiviers, een van de twee grote Franse doorgangskampen voor Joden (samen met Beaune‑la‑Rolande).
Daar zaten ook zijn broers Mozes en Salomon Alexander.
De Franse administratie noteerde hem als:
“Maarsen, Bernard – 18.3.1924 – Rotterdam – étudiant – Pithiviers”
Hij was achttien.
Hij was student.
Hij was nog maar net begonnen aan zijn leven.
Transport 14 3 augustus 1942
De deportatie van Bernard is uitzonderlijk goed gedocumenteerd.
Een telegram van de Sicherheitsdienst in Parijs aan Eichmanns afdeling in Berlijn meldt:
“Am 3.8.1942, 6.15 Uhr hat Transportzug 901/9 den Abgangsbahnhof Pithiviers in Richtung Auschwitz mit insgesamt 1034 Juden verlassen.”
Bernard stond op transportlijst nr. 14, samen met zijn broers.
De drie jongens reisden samen naar Auschwitz een detail dat zowel troostend als hartverscheurend is.
Birkenau het laatste levensteken
Het laatste teken van leven dat zijn ouders ontvingen, was een brief uit:
“Arbeitslager Birkenau bei Neu‑Berun, Oberschlesien.”
De brief is verloren gegaan tijdens de vlucht van zijn ouders uit Rotterdam.
De inhoud kennen we niet.
Maar het bestaan ervan is van onschatbare waarde.
Het betekent dat Bernard na aankomst in Auschwitz nog leefde.
Dat hij nog kon schrijven.
Dat hij nog hoop had.
Auschwitz de dood van een achttienjarige
De Duitse burgerlijke stand van Auschwitz registreerde Bernard als overleden op:
17 september 1942, 19:15 uur Todesursache: Pneumonie
Een standaardformule, een bureaucratische leugen die massamoord moest verhullen.
Na de oorlog werd in Nederland een administratieve overlijdensdatum vastgesteld:
30 november 1942 een datum die vaak werd gebruikt wanneer exacte gegevens ontbraken.
Het Joods Monument volgt deze Nederlandse datum en vermeldt daarom:
“Auschwitz, 30 november 1942.”
Maar de Duitse kampadministratie laat zien dat Bernard al in september 1942 is omgekomen.
Hij was achttien jaar oud.
Geen van de vier broers Maarssen overleefde de oorlog.
Het huis aan de Bergweg onteigening in slow motion
In dezelfde periode werd het ouderlijk huis aan de Bergweg 138 verkocht.
De voorlopige koopakte dateert van mei 1942, de definitieve overdracht van 31 juli 1942 — drie dagen voordat Bernard op transport werd gezet.
De verkoop vond plaats onder toezicht van de Duitse roofinstellingen.
Het is een pijnlijk voorbeeld van hoe vervolging niet alleen mensen vernietigde, maar ook hun huizen, hun bezittingen, hun hele bestaan.
De nasleep een moeder die nooit ophield met zoeken
Na de oorlog probeerde Anna Maarssen‑Polak via het Rode Kruis, de Franse autoriteiten en Duitse instanties duidelijkheid te krijgen.
De correspondentie uit 1959 en 1965 laat zien hoe moeilijk het was om informatie te verkrijgen, zelfs jaren later.
Bernard duikt steeds opnieuw op als:
dossiernummer
transportnummer
naam op een lijst
Maar nooit meer als levende persoon.
Nalatenschap
Van Bernard zijn geen dagboeken, geen foto’s uit het kamp, geen persoonlijke bezittingen bewaard gebleven.
Wat resteert zijn:
transportlijsten
Franse en Duitse administratieve documenten
een verloren brief
een overlijdensakte
de herinnering van familieleden
Zijn naam ontbreekt op de gedenkplaat van de Hogere Textielschool.
staat op het holocaust namen monument in Amsterdam
