Officiele certificaten overlijden

Officiele certificaten van overlijden

Gosuinus Marcus Groos

Het levensverhaal van Gosuinus Marcus (Rinus) Groos

Gosuinus Marcus Groos roepnaam Rinus werd op 10 april 1919 geboren in Rotterdam. Hij groeide op in een hecht arbeidersgezin aan de Zaagmolenkade, als zoon van Jan Groos (1894–1965), chauffeur van beroep, en Johanna Jacoba Cooijman (1894–1966). Rinus had één oudere broer, Hendrik Cornelis (1917). Het gezin leefde eenvoudig, maar warm; de Zaagmolenkade was een buurt waar iedereen elkaar kende.

Jeugd en Feijenoord
Rinus was sportief en sociaal. In maart 1935 werd hij lid van Feijenoord, toen nog een club die sterk verbonden was met de Rotterdamse arbeiderswijken. Hij bleef lid tot september 1937. Zijn naam duikt op in de ledenlijsten van De Feijenoorder, wat laat zien dat hij zich thuis voelde in de gemeenschap rond de club.

Werk en vroege volwassenheid
Rinus werkte aanvankelijk als boekbinder, maar in verschillende documenten uit de oorlogsjaren wordt hij ook aangeduid als groentenhandelaar. Dat laatste lijkt te passen bij de situatie in de laatste oorlogsjaren, waarin veel Rotterdammers noodgedwongen ander werk deden om te overleven.

Huwelijk
Op 24 februari 1943 trouwde Rinus in Schiedam met Helena Antonia Veerkamp (1921–1992). Het jonge stel woonde in Rotterdam, onder andere aan de Rosier Faassenstraat. Hun huwelijk bleef kinderloos.

Oorlogsjaren en tewerkstelling
De oorlog drukte zwaar op het leven van Rinus. Uit officiële documenten blijkt dat hij op 10 november 1944 door de Duitse autoriteiten werd gevoorderd vrijwel zeker tijdens de grote razzia’s in Rotterdam en Schiedam. Hij werd naar Duitsland afgevoerd, naar het gebied van Grafschaft Hoya in Nedersaksen, waar veel Nederlandse mannen gedwongen tewerkgesteld werden.

De laatste weken van zijn leven
In een formulier van de Dienst Identificatie en Berging staat een cruciale, met de hand geschreven notitie:

“10 november 1944 gevorderd
9 april 1945 gewond geraakt, buikschot in St. Anna‑Stube.”

Dit is een van de meest betrouwbare en directe bronnen over zijn laatste dagen.

St. Anna‑Stube was een noodhospitaal / hulppost in of nabij Twistringen, waar gewonde dwangarbeiders en burgers werden binnengebracht.

Rinus liep op 9 april 1945 een buikschot op de omstandigheden zijn niet vermeld, maar in april 1945 was het gebied frontgebied: chaos, beschietingen, gevechten en evacuaties waren aan de orde van de dag.

Hij overleefde zijn verwondingen nog ruim twee weken.

Overlijden
Op 27 april 1945, slechts tien dagen vóór de Duitse capitulatie, overleed Rinus in het Krankenhaus Twistringen. De officiële Duitse overlijdensakte (Standesamt Twistringen, nr. 103) vermeldt:

beroep: Gemüsehändler

woonplaats: Leeste, OT‑Lager (dwangarbeiderskamp)

doodsoorzaak: Sepsis na zware verwonding

Hij werd begraven op het katholieke kerkhof van Twistringen.

Na de oorlog: zoektocht en repatriëring
Zijn familie wist aanvankelijk weinig over zijn lot. In 1946 en 1947 volgden meldingen via het Rode Kruis en de gemeente. Zijn weduwe, Helena Veerkamp, hertrouwde in 1947 met Isaac Samuel van der Ster.

De Nederlandse overheid onderzocht in 1950–1951 of Rinus’ stoffelijke resten naar Nederland konden worden overgebracht. Zijn vader, Jan Groos, bevestigde schriftelijk dat de familie dit wenste.

In 1951 werd zijn lichaam opgegraven in Twistringen en tijdelijk herbegraven in Nederland.
In 1952 werd hij bijgezet op de Zuiderbegraafplaats in Rotterdam.

Ereveld Loenen
In 1973 werd zijn graf op de Zuiderbegraafplaats geruimd. Zijn weduwe gaf toestemming voor overbrenging naar het nationale ereveld.
Sinds 1974 rust Gosuinus Marcus Groos op het Ereveld Loenen, vak C, graf 308 tussen vele andere Nederlandse oorlogsslachtoffers.

Nagedachtenis
Rinus wordt genoemd op het KNVB‑monument voor omgekomen voetballers.

Hij werd slechts 26 jaar.

zijn graf op loenen

het graf op Loenen

begraven op erenveld Loenen graf nr 308

staat ook op het KNVB-monument Zeist.

Razzia Monument Rotterdam