Herman de Vries
Een Feijenoorder die nooit meer thuiskwam
Er zijn van die levens die in stilte verdwijnen, alsof de geschiedenis geen tijd had om stil te staan bij één mens. Maar wie de archieven opent, wie de vergeelde kaarten en stempels aanraakt, ontdekt dat achter elk nummer een wereld schuilgaat.
Herman de Vries was zo’n wereld.
Hij werd geboren op 14 december 1914 in Rotterdam, als zoon van Jesaja (Seraja) de Vries en Sara Prager. Een Joods gezin dat probeerde te leven zoals zoveel Rotterdamse families dat deden: hard werken, zorgen voor elkaar, en hopen op een betere toekomst.
Het gezin woonde in de Vierambachtsstraat 37a, midden in Rotterdam West, waar winkels, werkplaatsen en woonhuizen door elkaar liepen.
Een vakman, een zoon, een Feijenoorder
Herman werd slager. Een vak dat kracht vroeg, maar ook precisie.
Hij werkte vanuit de Vierambachtsstraat, maar had ook banden met een slagerij in de Blazoenstraat 7 in Bloemhof en een zaak in de Multatulistraat 36 in Spangen.
De adressen duiken op in oude advertenties en bedrijfsregisters stille getuigen van een kleine onderneming die midden in de wijk stond.
En Herman had een club.
Uit De Feijenoorder van februari en maart 1937 blijkt dat hij zich toen aanmeldde als lid van Feijenoord.
Op 1 november 1941 geeft de Rijkscommissaris een order dat hij uitgeschreven moet worden.
Zijn naam staat op het KNVB‑monument, tussen de vele leden die de oorlog niet overleefden.
Een stille erkenning dat hij erbij hoorde bij die grote, rood witte familie die in die jaren voor velen een tweede thuis was.
Een gezin dat langzaam werd weggevaagd
Herman had twee zussen:
Elisabeth de Vries (1912–1943), getrouwd met Salomon Velleman.
Beiden werden vermoord.
Anna de Vries (1919–1943), winkelbediende, zwanger toen ze werd gedeporteerd.
Zij werd op 20 maart 1943 in Sobibor vermoord.
De Yad Vashem kaart, ingevuld door een nicht in 1999, bevestigt het beeld:
een familie die bijna volledig werd uitgeroeid.
Zijn vader, Jesaja, overleed al in 1936.
Zijn moeder, Sara Preger, overleefde de oorlog maar verloor al haar kinderen en kleinkinderen.
Zij leefde tot 1969, maar wat zij heeft gedragen, is niet te bevatten.
Het huwelijk dat nooit mocht bestaan
In de familie Velleman leeft het verhaal dat Herman een relatie had met Jacqueline van Rood (geboren 1917, Den Haag).
Er zou zelfs een huwelijksakte van 11 juni 1942 zijn geweest maar die is doorgehaald.
De Haagse archieven van dat jaar zijn vernietigd bij het bombardement op het Bezuidenhout.
Henry Velleman, een familielid, schreef in 2024:
“Mijn moeder had dat zeker verteld. Wij hebben dat nooit geweten.”
De waarheid is niet meer te achterhalen.
Wat overblijft is een vermoeden en een doorgehaalde akte.
De eerste schaduwen 1942
De arrestantenkaarten vertellen het verhaal in kille regels:
11 juli 1942: Herman wordt opgepakt.
Reden: “uitoefenen van slagersbedrijf terwijl zijn zaak was gesloten.”
Een voorwendsel dat vaker werd gebruikt om Joodse ondernemers vast te zetten.
Hij wordt ingesloten, verhoord, en op 30 juli 1942 weer vrijgelaten.
Een korte adempauze meer niet.
31 juli 1942: opnieuw geregistreerd.
De rode stempel “tu 3‑8‑42” markeert het begin van het einde.
Deportatie Westerbork, 31 juli 1942
Op 31 juli 1942 komt Herman aan in Westerbork.
Drie dagen later, op 3 augustus 1942, gaat hij op transport naar Auschwitz.
De transportlijst uit de Arolsen‑archieven bevestigt het:
via Kosel, een van de meest beruchte tussenstations.
Daarna wordt het stil.
Auschwitz 30 september 1942
De Oorlogsgravenstichting noteerde het later, in 1957, op een formulier dat nog altijd een koude rilling geeft:
Overleden te Auschwitz: 30 september 1942.
Hij was 27 jaar.
De officiële overlijdensakte werd pas in 1950 in Rotterdam ingeschreven acht jaar na zijn dood.
De nasleep papieren die spreken
Na de oorlog probeerde het Nederlands Beheersinstituut orde te scheppen in de chaos van achtergelaten bezittingen.
In december 1945 werd Sara de Vries‑Prager benoemd tot bewindvoerder over de nalatenschap van haar vermoorde kinderen en familieleden.
Een administratieve handeling, maar in werkelijkheid een stille erkenning van een onmetelijk verlies.
Zijn persoonsdossiers bij Justitie blijven tot 1 januari 2046 gesloten.
Een teken dat er nog altijd gevoelige informatie in zit of dat de wonden nog niet volledig zijn geheeld.
Een naam die blijft
Herman de Vries was:
een zoon,
een broer,
een slager,
een Feijenoorder,
een jonge man die werkte, leefde, hoopte,
en die werd weggehaald omdat hij Joods was.
Zijn naam staat op het KNVB‑monument.
Zijn naam staat op Yad Vashem.
Zijn naam staat in de archieven van Rotterdam.
En nu ook hier in dit verhaal.
Zolang zijn naam wordt uitgesproken, is hij niet vergeten.


