winkel van de haaff

winkel van de haaff pijnackerstraat 80

Joseph de Haaff

Er zijn van die Rotterdamse levens die bijna verdwijnen tussen de regels van oude registers, vergeelde advertenties en kille administratieve dossiers. Maar als je de stukken naast elkaar legt, ontstaat er een mens een man van vlees en bloed, met dromen, zorgen, humor, handel, liefde, en uiteindelijk een lot dat te groot was voor één mens.
Zo’n man was Joseph de Haaff, geboren op 2 maart 1881 in Rotterdam.

De koopman van de Pijnackerstraat
Wie in de jaren ’20, ’30 en begin ’40 door de 1e Pijnackerstraat liep, kende zijn naam.
Jos. de Haaff Eierkeldertje Telefoon 40132.
Zijn advertenties stonden overal:

“Staking opgeheven van de kippen! Roomverse eieren 9 ct.”

“Wederverkopers aanzienlijk minder.”

“Leverancier van grote corporaties en alle Gemeente‑Ziekenhuizen.”

Joseph was een koopman zoals Rotterdam ze kende: hardwerkend, recht voor z’n raap, en altijd bezig. Hij verkocht kippen, piepkuikens, eieren, en alles wat daarbij hoorde. Hij had een neus voor handel, maar ook voor mensen. Zijn winkel was geen winkel het was een ontmoetingsplek.

De Feijenoorder
En dan was er nog iets dat hem bijzonder maakte: Joseph was donateur van Feijenoord.
Niet zomaar een donateur hij organiseerde auto’s voor uitwedstrijden, zodat supporters samen konden reizen. In een tijd waarin voetbal nog geen miljoenenindustrie was, maar een volkse passie, was Joseph een van die stille krachten die de club groot maakten.
In een advertentie van de supportersvereniging staat zelfs dat men “zijn kaartje kon sturen aan den heer J. de Haaff, 1e Pijnackerstraat 80” om mee te doen aan een auto colonne.
Hij was een verbinder, iemand die mensen bij elkaar bracht.

Het gezin
Joseph was getrouwd met Schlowe Jacobsohn (Goldingen, 1882).
Samen kregen ze twee dochters:

Cornelia (Käty), geboren 1913

Bertha, geboren 1914

Het gezin woonde boven de zaak, op 1e Pijnackerstraat 80.
Een typisch Rotterdams Joods gezin: bescheiden, hecht, en midden in de buurt.

De jaren van afbraak
Vanaf 1940 veranderde alles.
De bezetter zette stap voor stap het leven van Joodse Rotterdammers klem.
Joseph probeerde zijn zaak draaiende te houden, maar de druk werd groter.
In 1942 werd hij gedwongen zijn huizen te verkopen Rietvinkstraat 7, Bloklandstraat 45, 2e Pijnackerstraat 12, Raephorststraat 105‑107.
De verkoopprijzen waren laag, de opbrengsten verdwenen in beheer bij het Nederlands Beheersinstituut.
De administratie is kil:
“Aanbetaling… Verkoopkosten… Overschrijving aan V.V.R.… Datum aan eigenaar meegedeeld…”
Maar achter die regels zit een man die alles kwijtraakte.

De deportatie
Op 3 augustus 1942 werd Joseph vanuit Rotterdam naar Westerbork gebracht.
Op 12 oktober 1942 volgde de deportatie naar Auschwitz Monowitz.
Daar stierf hij op of rond 15 oktober 1942, 61 jaar oud.
De doodsoorzaak in de archieven:
“ziekte, uitputting of vergassing.”

Zijn vrouw Schlowe werd op dezelfde dag vermoord.
Dochter Bertha werd in 1943 in Auschwitz vergast.
Dochter Cornelia (Käty) overleefde maar alleen na gevangenschap, mishandeling, medische experimenten en een leven lang littekens.

De nasleep
Na de oorlog probeerden instanties de chaos van achtergelaten bezittingen te ordenen.
Er zijn brieven van hypotheekbanken, financiële overzichten, rechtsherstel‑dossiers.
In 1954 vraagt de Landelijke Hypotheekbank aan het NBI of de bewindvoering over Joseph “nog van kracht is”.
Het antwoord is tragisch eenvoudig:
Joseph is al twaalf jaar dood.

De man achter de papieren
Maar Joseph is meer dan een dossier.
Hij is de man die in advertenties grapte over stakende kippen.
De man die supportersauto’s regelde voor Feijenoord.
De man die zijn buurt voorzag van eieren, kippen en een praatje.
De man die zijn gezin liefhad.
De man die nooit had mogen verdwijnen.

En toch leeft hij voort
In oude kranten, in advertenties, in bevolkingsregisters, in transportlijsten, in de herinneringen van Feijenoorders, en nu ook in dit verhaal.

Een leven dat werd afgebroken, maar niet vergeten.
Een Rotterdams leven.
Een mens.

staat op het holocaust namen monument Amsterdam